Passend onderwijs regio 2305PO

Ieder kind op z'n plek

Toelaatbaarheidsverklaring

De Wet passend onderwijs is sinds 1 augustus 2014 van toepassing. Eén van de belangrijkste aspecten is de toelaatbaarheid tot het speciaal onderwijs (SO) en het speciaal basisonderwijs (SBO). Vanaf 1 augustus 2014 moet hiervoor een toelaatbaarheidsverklaring (TLV) worden afgegeven.

 

De toelaatbaarheidsverklaring (TLV)

De TLV is een besluit van het samenwerkingsverband (SWV) dat aangeeft of de leerling wel of niet kan worden toegelaten tot het:

  1. speciaal en voortgezet speciaal onderwijs voor scholen voor kinderen met gedragsproblemen (cluster 4),
  2. scholen voor langdurig zieke kinderen (LZ),
  3. scholen voor zeer moeilijk lerende kinderen (ZMLK)
  4. scholen voor kinderen met lichamelijke (LG) en/of meervoudige handicaps (MG)
  5. speciaal basisonderwijs (SBO).

Om een leerling te kunnen inschrijven heeft de (V)SO-school of de SBO-school een TLV van het samenwerkingsverband nodig. De wet verplicht dat deskundigen adviseren over de toelaatbaarheid tot het SO.

 

Het SWV moet de manier waarop de verklaring tot stand komt beschrijven in het ondersteuningsplan. Hierbij gaat het om:

  • de procedure en criteria voor de plaatsing van leerlingen op scholen voor SO en SBO;
  • het aangeven van de geldigheidsduur en de bekostigingscategorie. De geldigheidsduur is minimaal 1 schooljaar en het SWV moet beleid formuleren over terugplaatsing. Er zijn drie bekostigingscategorieën: ZMLK, LZ en cluster 4 (cat. 1/laag), LG (cat. 2/midden) en MG (cat.3/hoog) (globale bedragen: € 9.000,00 / € 16.000,00 / € 20.000,00[1])

 

Voor scholen voor kinderen met visuele, auditieve en communicatieve problematiek geldt de TLV niet; daar organiseert de school de toelaatbaarheid zelf.

 

Hoe werken de wet en de TLV ?

Tot 1 augustus 2014 regelde de Commissie voor de Indicatiestelling (CvI) van een regionaal expertisecentrum de toelaatbaarheid voor het (V)SO of een Leerlinggebonden financiering (LGF/rugzak). De Permanente Commissie Leerlingenzorg (PCL) deed dat voor het SBO. De aanvraag gebeurde door de ouders.

Vanaf 1 augustus 2014 zijn de CvI en de PCL opgeheven en moet het SWV een verklaring afgeven. De verklaring geldt alleen voor de toelaatbaarheid tot cluster 3 en 4. Niet de ouders, maar het bevoegd gezag van de school moet tegenwoordig een verklaring aanvragen.

De LGF-systematiek is gestopt. Dit betekent ook dat alle aanspraken op de LGF-middelen per 1 augustus 2014 zijn beëindigd. LGF-leerlingen zullen waarschijnlijk nog steeds de extra ondersteuning behoeven. Hiervoor hebben de schoolbesturen de bijbehorende middelen ontvangen.

 

Hoe gaat het bij het SWV 23-05 PO?

In ons SWV is een manager aangesteld die namens het bestuur van het SWV de TLV afgeeft. Dat gebeurt op basis van het indiceringsinstrument dat door de gehele regio 23-05 PO wordt gehanteerd. Dit instrument brengt in kaart welke onderwijsleersituatie het beste is voor het kind. Er wordt daarbij uitgegaan van wat een kind kan, met uiteraard de belemmerende factoren in acht genomen. Ook is er overleg met de ouders/verzorgers.

In ons SWV wordt gewerkt met deelregio’s. In de deelregio’s en in het SO wordt het dossier voorbereid en worden de adviezen gegeven. Het SWV heeft in overleg met de deelregio’s en het SO een aanvraagformulier opgesteld.

Bij de downloads vindt u het aanvraagformulier Toelaatbaarheid (TLV).

De manager hanteert een termijn van 2 weken om tot een besluit te komen. De termijn kan eventueel met 2 weken worden verlengd. De manager stelt de aanvrager (het schoolbestuur) op de hoogte van het besluit. Een kopie van het besluit gaat naar de ouders/verzorgers.

Indien een van deze beide partijen het niet eens is met het besluit, kan men uiteraard een nadere onderbouwing vragen. Ook kan men bezwaar aantekenen bij de landelijke bezwaar- en adviescommissie.

 

[1] Deze bedragen worden jaarlijks gepubliceerd. Het betref de meerkosten van het SO, de basisbekostiging ontvangen de scholenbesturen rechtstreeks van DUO (dienst uitvoering onderwijs).